Xiongnu (Hsiungnu)

ca. 3e - 4e eeuw v.Chr.

 

De Xiongnu was een ruitervolk dat in de 3e eeuw v.Chr. onder de leiding van Modu Shanyu het machtigste stepperijk ten noorden van China werd. De verhouding met China was complex, varierend van vreedzame handel tot gewelddadige invallen. Alle informatie die we hebben over de Xiongnu is afkomstig van Chinese bronnen. Er is nog steeds veel discussie over de ethnische achtergrond van de Xiongnu.

 

Eerste vermeldingen

In de 4e eeuw v.Chr. werden er in Chinese bronnen voor het eerst niet-Chinese volken in het noorden van China genoemd. Deze ruitervolken werden simpelweg aangeduid als Hu, een term die in eerste instantie geen negatieve betekenis droeg. Het lijkt er op dat er vooral handel werd gedreven met de Hu. Vanaf ongeveer 300 v.Chr. kwamen de Xiongnu steeds meer voor in de Chinese bronnen en werd er ook vermelding gedaan ruiters en legers, de verhoudingen zijn dus niet langer vreedzaam. Dit is in de Chinese periode van 'de Strijdende Staten' ('warring states'). China, dat toen dus was opgedeeld in verschillende strijdende staten, werd grofweg begrensd door drie ruitervolken, de Yuezhi (Yüeh-chih) in het westen, de Xiongnu in het noorden en de Tung-hu (Dong-hu) in het noordoosten. Er is vrij weinig bekend over de oorsprong van deze volken. De Xiongnu zwierven voornamelijk over een woestijngebied dat de Ordos wordt genoemd en de binnenkant van een grote bocht in de Gele rivier vormt. Deze vlakte en de daar aanwezige nomaden was een probleem voor de Chinese keizerrijken want het vormde als het ware in inham in China waar moeilijk controle over viel te krijgen. In 318 v. Chr. werd voor het eerst vermelding gemaatk van een aanval van de Xiongnu op de QIn, die toen zowel tegen de steppevolken als tegen de andere Chinese staten moest vechten.

 

De Qin en Xiongnu

In 221 v.Chr. was de periode van de strijdende staten voorbij met de Qin (Ch'in) dynastie als grote winnaar. Het was koning Ying Zheng van de Qin die de andere Chinese staten had verslagen en zichzelf uitriep tot de eerste keizer van de Qin dynastie: Qin Shi Huangdi, bekend van het beroemde Terracottaleger. Hij wordt hierdoor vaak de eerste keizer van China genoemd. Toen hij China had verenigd richtte hij zijn aandacht op de steppevolken in het noorden en bouwde de beroemde Chinese muur om zich tegen invallen te beschermen. Op dat moment wisten de Xiongnu echter wel beter dan de machtige Qin legers aan te vallen, eigenlijk was de muur dus vrijwel overbodig. Het lijkt eerder een politiek gebaar om aan te geven dat China nu één geheel was. De vele muren die de verschillende staten eerder hadden gebouwd tegen elkaar werden niet meer onderhouden en raakten in verval. Qin Shi Huangdi stuurde met succes grote legers om de Xiongnu uit de Ordos te verdrijven en zo een beter verdidgbare frontlinie te creëren. De Xiongnu vluchtte naar het noorden, waar ze ook van de Yuezhi aanvallen moesten verduren. Op dit moment was de Xiongnu beduidend zwakker dan de Yuezhi en de Tung-Hu. Toch wist de Xiongnu later het machtigste stepperijk te vormen. Dit had alles te maken met de opkomst van Mao Dun (Modu), de nieuwe en succesvolle leider van de Xiongnu en de val van de Qin dynastie, dat tegelijkertijd plaatsvond.

 

Mao Dun

Over de legendarische leider Mao Dun (209-174 v.Chr.) zijn verschillende verhalen bekend die allemaal afkomstig zijn uit de Shiji, het eerste grote Chinese historische werk geschreven door Sima Qian. Alles wat we weten komt dan ook hier vandaan, waardoor er geen zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid ervan.
Mao Dun was de zoon van Dou Man, de eerste die enkele stammen van de Xiongnu had verenigd. Hij was degene die door de Qin tien jaar lang uit de Ordos was verdreven. Officieel was Mao Dun de opvolger van Dou Man, maar toen Dou Man een zoon kreeg bij een andere vrouw wilde hij niet meer dat Mao Dun hem zou opvolgen. Hij stuurde daarom Mao Dun als gevangene naar de Yuezhi en viel hen vervolgens aan, ervan uit gaand dat de Yuezhi zijn zoon zouden vermoorden. Mao Dun wist echter te onstnappen en keerde terug bij de Xiongnu als een grote held. Zijn vader moest hem toen wel belonen en hij gaf hem de leiding over 10.00 man. Mao Dun verzamelde een groep trouwe volgelingen om hem heen, die hij uiteindelijk zijn vader liet vermoorden. Nu was Mao Dun de Shanyu (Khan) van de XIongnu. Ze waren echter nog lang niet zo machtig als vroeger en toen de Tung-Hu hoorden wat er gaande was stuurden ze een afgezant die een van de beste paarden van Dou Man opeiste. Hoewel dit een belediging was voor de Xiongnu stemde Mao Dun hiermee in om een oorlog te voorkomen. De Tung-Hu wilden echter meer en de volgende afgezant eiste een van Mao Duns vrouwen. Opnieuw gaf Mao Dun toe. De Tung-Hu zagen hun vermoeden bevestigd dat Mao Dun in een zwakke positie was en ze vielen het land van de Xiongnu binnen. Tegelijkertijd stuurden ze een derde gezant die een groot gebied tussen de Tung-Hu en de Xiongnu opeiste. Dit vond Mao Dun echter wel onacceptabel en hij viel meteen de nietsvermoedende Tung-Hu aan, die een verpletterende nederlaag leden. Als dit verhaal klopt laat het zien dat grondgebied voor de kuddes toen al het allerbelangrijkst was voor de verschillende ruitervolken. Daarnaast laat het de diplomatieke behendigheid zien van Mao Dun, die in eerste instantie deed alsof hij zich terugtrok en vervolgens gebruik maakte van de overmoedigheid van de Tung-Hu. Mao Dun vestigde na het assimeleren van de Tung-Hu zijn aandacht op de Yuezhi, die hij meerdere nederlagen toebracht. Op dat moment verkeerde China weer in een burgeroorlog, waardoor Mao Dun zonder veel moeite de Ordos kon terugveroveren.

 

De Han en de Xiongnu

Het succes van keizer Qin Shi Huangdi mag dan enorm zijn geweest, na zijn dood viel de Qin dynastie al snel uit elkaar. De als boerenzoon geboren Liu Bang kwam met succes in opstand en vestigde de Han dynastie, waarna hij zich keizer Gaozu (Kao-tsu) noemde. In 202 v.Chr. was hij de onbetwiste heerser van China, niet lang nadat Mao Dun aan de macht was gekomen. De Xiongnu, gegroeid in macht en klaar voor oorlog vielen in 201 v.Chr. een noordelijk grensgebied van China aan. Hier waren enkele onafhankelijke koninkrijken van bondgenoten van Gaozu die hem in de burgeroorlog hadden geholpen. Deze koninkrijkjes waren geen partij voor de XIongnu en koning Han Hsin was de eerste die zich overgaf. Meer nog dan het directe gevaar van een inval vormden de Xiongnu voor keizer Gaozu een groot probleem omdat zijn bondgenoten verdragen sloten met de Xiongnu om zichzelf te redden. De koninkrijken zouden op zichzelf niet kunnen losbreken van de invloed van Gaozu, maar met de hulp van de Xiongnu zou dat makkelijk kunnen gebeuren. Gaozu leidde daarom persoonlijk een groot leger tegen de Xiongnu. Ze waren echter kansloos tegen de machtige Mao Dun, die de voorhoede van de Han, aangevoerd door Gaozu zelf, door middel van de klassieke terugtrekbeweging in de val wist te lokken bij P'ing-ch'eng. De Chinese bronnen melden dat Gaozu vervolgens in het geheim een verdrag sloot met de vrouw van Mao Dun, die haar man wist te overtuigen Gaozu vrij te laten. Het kan ook goed zijn dat de XIongnu in een moeilijke positie verkeerden en ze daarom Gaozu lieten ontsnappen. Het was ook niet in het belang van de XIongnu om Gaozu te vermoorden aangezien het veroveren van China nooit het doel was. Mao Dun was alleen uit om rijkdommen, die een levende Gaozu hem kon verstrekken bij wijze van tribuutbetalingen. Later sloten de Xiongnu daarom 'vrede' met China. Mao Dun stierf 174 v.Chr. en liet het grote rijk van de Xiongnu na aan zijn zoon. Tot 57 v.Chr., toen er een burgeroorlog uitbrak, was de Xiongnu een machtig stepperijk dat door China zeer gevreesd werd.

 


Thomas J. Barfield, The perilous frontier: nomadic empires and China, 221 BC to AD 1757 (Oxford 1989).

Nicola di Cosmo, Ancient China and its enemies: the rise of nomadic power in East Asian history (Cambridge etc. 2002).

Sima Qian, Burton Watson, Records of the Grand Historian of china (New York 1961).