Vrede en handel

 

Het Mongoolse rijk zorgde voor vrede in bijna heel Azië. De wegen waren veilig en er ontstond levendige handel. Voor het eerst ontstond er een echte wereldeconomie. Uitvindingen van over de hele wereld werden uitgewisseld. Door deze handel in kennis werden ook nieuwe uitvindingen gedaan. Historici hebben deze periode de “pax Mongolica” genoemd, letterlijk de Mongoolse vrede.

 

Nomadische oorsprong

De voornaamste reden dat er zo’n levendige handel in kennis ontstond was dat de Mongolen geen veranderingen met zich mee brachten. Ze waren als het ware met een schone lei begonnen. Bij de meeste veroveringen willen de veroveraars de overwonnen volken hun cultuur opleggen. Bij de Mongolen was dit niet het geval. Zij kwamen van de steppen en waren nauwelijks ontwikkeld. Alle uitvindingen die ze later gebruikten namen ze over van overwonnen volken. Van elke beschaving die ze veroverden namen ze het beste met zich mee en combineerden dat met het beste van andere beschavingen. Een ander belangrijk punt is de traditie van het delen in de nomadencultuur. Het bestaan op de steppe was erg zwaar, waardoor er een cultuur was ontwikkeld van met elkaar delen, elkaar in leven houden. Veel Mongoolse stammen leefden van plundertochten. De buit werd niet gehouden door de plunderaars, maar werd eerlijk verdeeld over de hele stam, waarbij vastgelegd was hoeveel iedereen kreeg. Dit systeem bleef bestaan in het Mongoolse rijk. De buit van veroveringstochten werd verdeeld over het hele Mongoolse rijk. Het grootste deel ging natuurlijk naar de groot-Khan, maar alle andere khans en officieren kregen ook een deel. Gevangenen werden ook gezien als buit en dus verdeeld over het rijk. Onder de gevangen zaten vaak wetenschappers, technici, dokters en andere geleerden. Later werden zij soms als een gift naar een ander deel van het rijk gestuurd, waardoor kennis in het hele Mongoolse rijk werd gedeeld en uitgewisseld. De reden dat deze economie van giften bleef bestaan was dat als een khan zou weigeren een deel van de buit weg te geven, hij ook niets meer zou krijgen van andere khans.

 

Een goed voorbeeld van een product van de pax Mongolica is het kanon. In China had men al langer buskruid, maar ze wisten het niet goed te gebruiken. Toen de Mongolen deze uitvinding meenamen naar het westen werd het gebruik ervan verfijnd door de Islamitische landen. In combinatie met de Europese kennis van het ijzer gieten (door het maken van kerkklokken) werd het eerste kanon gevormd.

 

Handselsnetwerk

Djengis Khan en zijn opvolgers investeerden in een uitgebreid handelsnetwerk, zoals de zijderoute waarover Marco Polo naar China reisde. Hoewel Djengis Khan weinig gebouwen achterliet, liet hij wel een enorme erfenis aan bruggen na. Waarschijnlijk heeft hij van alle leiders uit de wereldgeschiedenis de meeste bruggen gebouwd. Later ontdekte Koeblai Khan het nut van vervoer over water en bouwde hij een handelsvloot.
Ook zorgde Djengis Khan voor een nieuw uitgebreid handelsnetwerk in het hele rijk: de Yam. Dit hield in dat er om de paar honderd kilometer een handelspost stond waar men kon uitrusten en verse paarden kon krijgen. Om gebruik te maken van dit handelsnetwerk had men een paspoort nodig, genaamd paiza of gerege. Een paiza was een soort amulet die verschillende vormen kon hebben. De vorm en het materiaal van de paiza bepaalde de status van de reiziger. Verschillende Europese ontdekkingsreizigers, zoals Marco Polo, hadden een paiza in bezit. Aangezien er in het hele Mongoolse rijk vrede heerste en er nauwelijks misdaad was, verzekerde een paiza je van een veilige reis door vrijwel heel Azië.
De yam werd ook gebruikt door boodschappers. Een bericht werd dan van de ene handelspost naar de andere gebracht, waar een andere boodschapper met een nieuw paard de boodschap overnam en verderging naar de volgende handelspost. Hierdoor konden boodschappen met ongekende snelheid worden verstuurd. Hoewel er wel eerder in de geschiedenis dit soort netwerken waren opgezet (bijvoorbeeld het Romeinse rijk) was het nooit zo grootschalig, goed georganiseerd en zo snel.

 

Europa

Het gebied dat waarschijnlijk het meest profiteerde van deze opbloeiende handel was Europa. Omdat de Mongolen nooit in West-Europa zijn geweest profiteerden de Europeanen wel van de voordelen van de pax Mongolica, maar hadden geen last van de nadelen. De tijd van de pax Mongolica is volgens sommige wetenschappers een van de oorzaken dat de renaissance in Italië begint. De Italiaanse handelaren profiteerden van de pax Mongolica omdat de Italianen speciale handelscontacten hadden met de Mongolen. Deze contacten waren tot stand gekomen nadat de Mongolen op zoek gingen naar andere manieren om de veldtocht in Europa, die te weinig buit opleverde, winstgevend te maken. De slaven die de Mongolen in Oost-Europa hadden buitgemaakt verkochten ze door aan de Italianen, die ze vervolgens weer verkochten in het Middellandse zeegebied. Veel slaven kwamen terecht bij de sultan van Egypte, die ze weer gebruikte voor zijn leger om tegen de Mongolen te kunnen vechten. Dit kwam hem goed uit omdat de slaven veel over de Mongolen hadden geleerd tijdens hun gevangenschap in het Mongoolse leger. Later werden de Mongolen verslagen door dit leger van slaven.

 

Het Khanaat van de Gouden Horde had veel handelscontacten met de Italiaanse havenstand Genua. De Mongolen hadden vooral veel havens in handen rond de Zwarte zee en lieten de Genuanen daar gebruik van maken. Er werden zelfs munten gedrukt met op de ene kant de naam van de Khan en op de andere kant het zegel van de Genuese bank.


....