Reisverslag 2014

 

In 2014 reisde ik naar Mongolië, om daar twee maanden te verblijven. Dit is de reisblog die ik toen bijhield.

 

 

Legnica

In het jaar 1241 werd een groot Europees leger, dat werd geleid door de hertog van Polen, bij Legnica verslagen door de Mongolen. De poorten van Europa stonden open voor de Mongoolse legers, maar het lot wilde dat Europa werd gespaard. Op dat moment stierf Ogedei Khan en de aanvoerder van het Mongoolse leger in Europa moest terugkeren naar de hoofdstad om een nieuwe Khan te kiezen. Later zijn er enkele plundertochten geweest in onder andere Polen, maar nooit meer een grootschalige invasie. Het Mongoolse Rijk had zijn hoogtepunt beleefd, maar ook was er in het arme Europa weinig voor de Mongolen te halen. Daarnaast was het beboste landschap niet erg geschikt voor de Mongoolse ruiters. Dat Europa werd gespaard maar toch zijn voordeel kon doen met de opbloeiende handel en welvaart in Azië heeft een grote rol gespeeld in de opkomst van Europa als wereldmacht.


De Mongolen trokken te paard vanuit het verre oosten naar Europa, nu zal ik dezelfde route afleggen in tegenovergestelde richting. Over een paar uur stap ik op de bus naar Nemoland, de plek waar ik zo lang ik mij kan herinneren vrijwel alle vakanties heb doorgebracht. Het is een tweede thuis, waar ik kon ontsnappen aan het stadsleven. Net als de nomadische Mongolen had ik een zomer- en een winterkamp. Dit heeft ongetwijfeld de nomade in mij wakker gemaakt en er voor gezorgd dat ik zo gefascineerd ben geraakt door de Mongolen. Het begon allemaal met een simpele website , die uitgroeide tot een groot project waar ik nog steeds mee bezig ben. Het idee om naar Mongolië te reizen bestaat al heel lang en nu is het moment eindelijk daar. Hoewel ik er nog nooit ben geweest kan ik de eindeloze steppe niet anders zien dan het land waar ik thuis hoor.


Niet ver van Nemoland ligt Legnica, de plek waar de beslissende slag werd gevoerd. Er staat nu een museum dat daar aan herinnert. Het is een symbolisch startpunt voor de tweede etappe van mijn reis. Na een paar weken in Nemoland zal ik met de bus naar Warschau vertrekken. Daar stap ik op de trein, die via Belarus naar Moskou leidt. In Moskou heb ik een kleine week, waarna ik opnieuw op de trein stap, ditmaal de Trans Mongolië Express. Vijf dagen zal het duren totdat ik de eindbestemming heb bereikt: Ulaanbaatar.

 

 

Warschau


Warschau is een stad met een slechte naam. Hoe vaak heb ik niet gehoord hoe lelijk het is en hoe nep het 'oude' centrum. Allemaal waar, maar niet helemaal terecht. Warschau is ondanks de lelijke gebouwen een hele leuke stad. Ik heb de twee dagen die ik er had mezelf uitstekend vermaakt met dwalen door de stad. Ik zal proberen mijn indrukken samen te vatten.


Warschau is...


...een stad van contrasten
Overal in de stad worden nieuwe wolkenkrabbers gebouwd. In het centrum is alles prachtig gerestaureerd en daarom onbetaalbaar. Het doet aan als een wereldstad met veel potentie. Maar er is ook een hele andere kant. Toen ik een stuk buiten het centrum liep, op zoek naar een museum (dat gesloten bleek te zijn), veranderde Warschau in het Polen dat ik ken van het platteland. Vervallen huizen, grote fabriekshallen, slechte wegen etc. Dit is het Warschau dat zich waarschijnlijk nog kilometers uitstrekt, maar waarvan je in het centrum niets merkt. Hoewel, bijna niets. Toen ik, teleurgesteld nadat ik weer een museum had gevonden dat was gesloten, op een bankje in het oude centrum ging zitten ontmoette ik twee zwervers. De een sprak een beetje Engels, en met mijn beetje Pools konden we wel wat praten. Voor twee biertjes hebben ze mij hun levensverhaal verteld. Ze deden me denken aan de zwervers in Amsterdam die ik de pauze van mijn werk wel eens sprak. Meestal ging het over waar je het goedkoopst en het best kan eten en hoe verrot de maatschappij wel niet is. Zo ook hier. Hoewel het accent van de mannen onmogelijk zwaar was en ze ook nog eens met een dubbele tong spraken had ik een leuke tijd.

 

...een stad met vele littekens
Overal staan monumenten. Overal. Hier zijn er 20 dappere Poolse helden gestorven, daar 10, en daar 34. En overal staan bloemen, kaarsen, foto's en tentoonstellingen. Je ontkomt er gewoon niet aan, op elke straat zie weer bloemen liggen. Warschau draagt een zwaar litteken. In 1944 (70 jaar geleden, vandaar de bloemen en vele tentoonstellingen), toen het nieuws van de opmars van de Sovjet-Unie Warschau bereikte, brak er een opstand uit. Ze wilden de Russen voor zijn om zo Warschau Pools te houden. De opstand leek succesvol en men ging er vanuit dat de Russen zouden helpen. Maar toen het Russische leger aankwam, bleven ze aan de oostoever van de Wisla. Ze keken toe hoe de Duitsers de opstand hardhandig neersloegen en heel Warschau verwoestten. Dit is het trauma van Warschau, dat nog nauwelijks verwerkt is. Het is niet het enige trauma. Ook in 1943 was er een opstand, in het Joodse getto. Ook deze is extreem hardhandig neergeslagen.

 

 

...nog altijd Pools
Mensen uit Warschau identificeren zich niet graag met de rest van Polen, en andersom is het niet anders. Toch is de beroemde Poolse corruptie ook in Warschau aanwezig, zo ontdekte ik. Ik had een busticket gekocht en deze afgestempeld in de bus, zoals het hoort. Er was controle, geen probleem, zo dacht ik. Mis, ik was buitenlands, bijna vergeten. De controleur zei dat er iets mis was met mijn kaartje. Hij sprak geen woord Engels. Ik werd boos en maakte ruzie in mijn beste Pools. Hij haalde zijn collega erbij en ze werkten mij de bus uit. Ze hadden mijn paspoort en ik had geen keus. Er moest betaald worden, 160zl. Ik was woedend over dit onrecht, maar kon niets uithalen. Daarna ging ik naar de toeristeninfo, waar ik de situatie uitlegde. Ze bevestigde dat er niets mis was met het kaartje en belde de organisatie verantwoordelijk voor de controle. Ze hadden nog geen bevestiging van de bekeuring binnen dus konden niets doen. Ik heb mijn kaartje en de bekeuring achtergelaten, ze zouden het regelen en mij bellen over het resultaat. Natuurlijk heb ik nooit meer iets gehoord. Het zou mij niets verbazen als de organisatie nooit een bekeuring heeft ontvangen.

 

Tot zover mijn korte indrukken van Warschau. Woensdag om 3:45 uur ging mijn trein. Na vier uur op het compleet verlaten station te hebben gewacht stapte ik, als enige, in. Mijn coupé deelde ik met een familie uit Belarus. Het waren aardige mensen, ze spraken zelfs een woordje Engels. Ze behoorde duidelijk tot de rijkere klasse van Belarus, want waren duur gekleed en zagen er heel westers uit. 's Middags kreeg een maaltijd (obiad) van ze aangeboden. Het was een grote brok vlees met een korst van wit vet, een sneedje brood en drie tomaatjes. Hoewel ik mijn uiterste best moest doen het vlees binnen te houden was het best lekker, en ik heb de rest van de dag geen honger meer gehad. De trein was verder heel comfortabel. De beheerster van de coupé (hoe noem je zo iemand?) was streng doch rechtvaardig. Bij de vele stops liepen er oude vrouwtjes rond met zelfgeplukt fruit. Baboeshka's werden ze genoemd. De jongere generatie pakte het wat anders aan. Netjes geklede jonge vrouwen met vier of vijf handtasjes liepen op het neer op de perrons. Als ze langsliepen zeiden ze zonder op of om te kijken 'Sigareta? Piwo?', en liepen weer verder zonder te wachten op een reactie. Ik vroeg me af hoe ze iemand ongezien iets wilden verkopen, ze hadden ongetwijfeld sluwe verkooptrucs.  Zo bewoog het treinleven zich voort. In Belarus was er een onderbreking, waar de trein met horten en stoten in een grote donkere hal op een breder onderstel werd geplaatst, dat geschikt was voor het Russische spoor. Na 22 uur kwamen we aan op  москва белорусская (Moskva Belorusskaja). 

 

 


 

Louic C.K.


Eindelijk. Ik heb een rustig plekje gevonden waar ik iets kan schrijven. Het kostte wat moeite...
Om verschillende redenen is het een hele tijd niet gelukt om hier een update te plaatsen. In nemoland kwam ik er simpelweg niet aan toe of kon ik mezelf er niet toe zetten om achter een beeldscherm te gaan zitten. Later, in Warschau en Moskou, was het bijna onmogelijk een internetcafe te vinden. Nu is het dan gelukt en heb ik natuurlijk veel te vertellen. Ik heb mijn pogingen om het chronologisch te doen opgegeven en ga daarom beginnen met Louis C.K.


Er is een aflevering van de geniale comedy van Louis C.K. waar zijn alterego (Louie) het absolute dieptepunt in zijn leven bereikt. Het is nieuwjaar, iedereen viert feest, en Louie ligt alleen in bed. Als hij droomt dat zijn dochters twintig jaar later over hem praten als iemand die zo zielig is en altijd maar alleen, besluit hij naar het vliegveld te gaan om zijn zus op te zoeken. Onderweg maakt hij een ramp mee, ik zal er niet over uitwijden. Het punt is, dat hij op het vliegveld in een opwelling besluit naar China te gaan. Aan het eind van de aflevering komt hij bij een Chinese familie terecht en daar is hij, hoewel ze elkaars taal niet spreken, voor het eerst gelukkig. Het thema van deze aflevering is iets wat vaak terugkomt bij Louis C.K.: je moet het dieptepunt meemaken voordat je het hoogtepunt kan beleven. Gisteren belandde ik in mijn eigen aflevering van Louie. Na een lange reis van 22 uur kwam ik met de trein aan in Moskou (ik zal later wat uitgebreider verslag doen). Het was vier uur 's nachts plaatselijke tijd. Ik had van tevoren een hostel geboekt en met het adres in mijn hand stapte ik naar een taxichauffer. De prijs die hij noemde was voor mij, een arme backpacktourist, veel te hoog. Maar ik had geen andere opties, het was veel te ver lopen en het openbaar vervoer ging niet. Goed, ik ging dus met de taxi en hij bracht me naar het opgegeven adres voor 1500 RUB. Daar aangekomen keken we rond, maar er was geen hotel te bekennen. Hij reed nog een rondje, vroeg het aan een paar mensen, niets. We liepen een paar rondjes, hij raakte zijn taxi kwijt, reed een wegwerker aan, zuchte en steunde, geen hotel. Het telefoonnummer van het hotel was onbereikbaar. Ik had te doen met de chauffeur en betaalde hem. Ik vond het te duur om weer terug te gaan met de taxi, bovendien wilde ik het nog niet opgeven. Na nog een paar rondjes te hebben gelopen, gaf ik het op.

 

Het was inmiddels licht en ik begon richting het centrum te lopen, op zoek naar een hotel. Als ik nu een ding over Moskou heb geleerd, is het dat het onmogelijk is iets te vinden waar je naar op zoek bent. Ik liep een uur door de verlaten straten, nauwelijks een mens te bekennen en natuurlijk al helemaal geen hotel. Op een gegeven moment zag ik een koffietent die open was, een wonder. Ik plofte op het terras naast een plaatselijke dronkelap voor wie de nacht nog lang niet over was. Hij zwaaide vrolijk en begon tegen me te praten in onverstaanbaar Russisch. Gelukkig kwam daar de serveerster, die mij redde door te zeggen dat het wifi-signaal binnen beter was. De serveerster, ze heette Maya, bleek graag haar Engels te willen oefenen en begon een gesprek. Ze wist wel een hotel in de buurt, een van de goedkoopsten van Moskou. Wat was ik opgelucht. Ze babbelde vrolijk verder en klaagde over de dronkelap die buiten zat en inmiddels met een andere man praatte. Ik vroeg of er niemand was die hem eruit kon gooien. Jawel, zei ze, die zit naast hem en is ook dronken. ' Welcome to Russia....'. Ze wilde niets liever dan Moskou voor goed verlaten. 'In het Westen lachen mensen ten minsten, hier is iedereen nors en altijd dronken'. Voordat ik naar Rusland ging ben ik meerdere malen gewaarschuwd met niemand over politiek te praten. Bij de eerste de beste Rus die ik sprak sloeg ik dat advies in de wind. Ik vroeg haar wat ze van de politieke crisis tussen Rusland en het Westen vond. Het antwoord was kort: 'I hate Putin, I hate politics, I hate Russia'. Duidelijk. Na nummers te hebben uitgewisseld, ze gaat me zondag rondleiden door Moskou, ging op zoek naar het hostel. Het was inmiddels half zeven en ik vond het hostel relatief gemakkelijk. Uitgeput kwam ik er aan. Ik had niet geboekt maar ze hadden nog wel een bed vrij. Het was inderdaad niet duur. Ik heb nog nooit zo lekker geslapen.

 

 

Zoekt en gij zult nooit vinden. Nee, zwerf! En gij zult gevonden worden.


Dat is wat Moskou mij keer op keer duidelijk wil maken. Hoe vaak heb ik hier wel niet tevergeefs gezocht? Telkens vervloekte ik Moskou als de stad waar alles is verborgen. Maar telkens, als ik de hoop had opgegeven, werd ik gevonden. Op mijn eerste dag zocht ik naar mijn hotel, maar kon het niet vinden. In plaats daarvan werd ik gevonden door Maya en kwam ik terecht bij het Bear Hostel. Later zocht ik een internetcafé, maar kon het niet vinden. In plaats daarvan werd ik gevonden door David en kwam ik terecht bij een Anticafé. Gisteren besloot ik niet te zoeken maar te zwerven en werd ik gevonden door Bulgakov.

 

Sinds mijn eerste dag was ik op zoek naar een boekwinkel. Ik had alle locaties die ik op internet had gevonden omcirkeld op mijn kaart. Tevergeefs ging ik alle cirkels langs en steeds meer cirkels werden doorgestreept. Totdat ik gisteren wat doelloos rondliep na een tentoonstelling over nomaden te hebben bezocht. Daar was het, een dom knigi. Ik dook naar binnen en tot mijn grote verbazing was het zelfs een Engelse boekwinkel. Dit was meer dan ik ooit had durven dromen. Rondzwerfend tussen de hoge boekenkasten viel mijn oog op 'The Master en Margarita' van Bulgakov, een Russische klassieker die nog niet had gelezen. Ik wist niets van het boek maar besloot het op goed geluk te kopen, samen met een klein boekje van Tolstoj ('The death of Ivan Ilych'). In een nabijgelegen park sloeg ik het boek open en begon te lezen. Het verhaal begon bij een vijver in Moskou en vreemd genoeg kwam de vijver zoals die werd beschreven mij bekend voor. Ik pakte de kaart van Moskou er bij en tot mijn grote verbazing was het de vijver die vlak achter mijn hostel lag. De dag ervoor had ik er al heerlijk op een bankje gezeten, op precies dezelfde plek als waar de hoofdpersonen van het boek zaten. Verbaasd over dit vreemde toeval sloeg ik het boek dicht en besloot ik verder te lezen bij de bewuste vijver. Daar aangekomen zocht ik een plekje aan het water en begon te lezen.

 

'There was an oddness about that terrible day in May which is worth recording: not only at the kiosk but along the whole avenue parallel to Malaya Bronnaya Street there was not a person to be seen. It was the hour of the day when people feel too exhausted to breathe, when Moscow glows in a dry haze as the sun disappears behind the Sadovaya Boulevard - yet no one had come out for a walk under the limes, no one was sitting on a bench, the avenue was empty.'

 

Al lezend had ik niet meer op mijn omgeving gelet en toen ik een tijdje later opkeek bleek het parkje gevuld te zijn met rustig wandelende mensen. Ik besloot ook een rondje te lopen en borg het boek op in mijn tas. Aan de voorkant van de vijver stond een kunstwerk, dat ik tot mijn grote verbazing herkende. Het leek het mij een bijzonder toeval, hoewel ik daar bijna niet meer ik geloofde, dat dit een afbeelding was van een Russisch sprookje dat Katja in het verhalencentrum van Nemoland had verteld. Het sprookje ging als volgt:

 

"Een ezel, een geit, een beer en een aap wilden muziek maken. Ze hadden allemaal hun eigen instrument en bladmuziek. Ze zaten keurig op een rijtje, maar toen ze begonnen te spelen, was het geluid niet om aan te horen. Mijn oren, mijn oren! Toen zei de beer: 'als we in plaats van op een rijtje in een vierkant gaan zitten, misschien klinkt het dan beter!'. Dat deden ze, maar toen ze begonnen te spelen klonk het even slecht als daarvoor, toen ze op een rijtje hadden gezeten. Toen zei de geit: 'misschien gaat het beter als we tegenover elkaar gaan zitten. Ja, dan gaat het vast mooi klinken!' Dat deden ze, maar muziek was zo mogelijk nog slechter dan daarvoor. De aap wilde een nieuw voorstel doen, maar op dat moment kwam een nachtegaal aanvliegen. De nachtegaal zei tegen de beer, de geit, de aap en de ezel: 'Ha! Zijn jullie werkelijk zo dom dat jullie denken dat het aan de manier waarop jullie zitten ligt dat jullie muziek zo slecht klinkt! Nee, domme dieren. Jullie hebben gewoon slechte oren en geen talent! Daarom klinkt jullie muziek zo slecht. Jullie kunnen zo hard proberen mooie muziek te maken als jullie willen, maar als je er geen talent voor hebt gaat het nooit lukken."

 

Op dat moment streek de nachtegaal neer aan de vijver. Over het water klonken zware tonen van een contrabas, begeleid door een piano. Verbaasd keek ik om mij heen, wat is dit? Mijn oog viel op een poster, die ik vreemd genoeg nog niet eerder had gezien. In grote letters stond er Булгаков. Als ik al begon te twijfelen aan het fenomeen 'toeval', dan was er nu absolute zekerheid dat toeval niet bestaat. Ik was op het Bulgakov festival beland en had zonder het te weten op het Bulgakov festival de eerste bladzijden van zijn meesterwerk gelezen. Met het boek in mijn hand ging ik aan het water zitten, was dit een droom? De prachtige muziek leek de pagina's die ik net had gelezen perfect samen te vatten, alsof de muziek en de taal één waren. Even leek de vijver los te staan van de werkelijkheid, alsof er achter de hoge huizen die de vijver omringden alleen leegte was. Ik waande me op een eiland, hoog boven de realiteit, gedragen op de zachte noten van de muziek.

 

Toen ik later terugkeerde naar het hostel werd ik gevonden door Alex en Pawel, die mij met een fles whiskey terugbrachten naar dezelfde vijver. Maar dat is een verhaal voor een andere keer.

 


Alex & Pawel


De afgelopen twee dagen heb ik grotendeels doorgebracht met Alex en Pawel. Voor de voorbijganger die ons een zijdelingse blik toewierp moeten we hoogst merkwaardig drietal zijn geweest. Alex woont in mijn hostel, al bijna een half jaar en dat is in het hostel geen uitzondering. Ik ben de enige buitenlander, voor de rest zijn het alleen maar jonge Russen, waarvan sommigen al een paar jaar in het hostel wonen. Net als Pawel komt Alex uit een stadje dichtbij de grens met Kazachstan. Ze vertrokken samen naar Moskou om hun vorige leven te ontvluchten. Alex was tot twee jaar geleden getrouwd en hij heeft een zoontje. Hij liet een filmpje zien van hem en zijn familie in Turkije. Hij was bijna niet te herkennen, zo gelukkig zag hij er toen uit. Nu is hij in Moskou, woont in een hostel en is drugsverslaafde. Met kleine rode ogen vertelt hij het liefst over Putin, 'de gangster'. Voordat hij naar Moskou vertrok was hij een dichter, muzikant, zanger, vader, verslaggever en filmmaker. Daar is niets meer van over. Hij heeft ontslag genomen bij het televisiestation waar hij werkte omdat het in handen was van de overheid en hij geen vrijheid had. Nu wil hij bij een krant werken, maar dat lukt niet. De hele dag heeft hij een oortje in waarmee hij naar een radiostation luistert, volgens hem het enige objectieve (en dus anti-Poetin) radiostation van Moskou. Volgens Pawel is het radiostation in handen van Gazprom en is het een truc om mensen kalm te houden, maar goed. Ook Pawel was vroeger dichter, muzikant en zanger. Nu is hij 40 jaar, heeft een schimmige baan bij google (hij geeft Engelse les maar spreekt nauwelijks Engels) en is stinkend rijk. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo veel op Charlie van Two and a half men lijkt. Hij heeft geld, maar kan niet rekenen. Alex beheert daarom zijn geld en in ruil betaalt Pawel alles voor hem. Verder is hij zwaar alcoholist en heeft hij het concentratieniveau en de energie van een klein kind. Hij wordt geteisterd door het feit dat hij 40 is en niet getrouwd. Pawel en Alex woonden eerst samen in een appartement in Moskou, totdat ze ruzie kregen en Pawel de gitaar van Alex tegen de muur kapotsloeg, sindsdien woont Alex dus in het hostel. En dan was ik daar, jonge student uit Nederland. Een hoogst merkwaardig drietal inderdaad.

 

Ik zat op mijn bed toen ik werd aangesproken door een Rus in gebroken Engels: 'Excuse me, are you Dutch?'. Verbaasd keek ik op. Ja, maar hoe weet je dat? 'I recognise your face, I interviewed Louis van Gaal'. Aha, Louis van Gaal is de nationale held van Rusland. We raakten in gesprek en zo ontmoette ik Alex. Zijn vriend zou ook komen, en samen liepen we naar de vijver waar ik eerder die avond naar het concert had geluisterd. Dit keer dus met Pawel, die een fles whisky mee had genomen. We spraken de hele avond over van alles, maar vooral over poëzie. Ze kenden alle beroemde Russiche gedichten uit hun hoofd. Ook droegen ze wat van hun eigen gedichten voor, die meestal gingen over een vlucht naar andere planeten, waar ze zouden wonen zonder andere mensen en al helemaal zonder Poetin. Er is geen twijfel over mogelijk, Poetin is een gangster en de duivel. 'Maar ja, we hebben geen democratie, dus we kunnen niets doen'. Dat had ik al heel vaak gehoord. Er lijkt hier een hele jonge generatie op te groeien die de Russische politiek veracht en het liefst naar Europa zou emigreren. Ook Alex wil weg, naar Amsterdam het liefst, vanwege de coffeeshops natuurlijk. Pawel gaat liever naar Italië.

 

We zijn naar een museum geweest en naar het graf van Ivan de Verschrikkelijke. Pawel vind het prachtig dat ik naar Mongolië ga. Ik heb inmiddels begrepen dat Russen een groot respect hebben voor de Mongolen. Medogeloze krijgers die de halve wereld veroverden, dat spreekt Russen wel aan. Het is eigenlijk niet samen te vatten waar onze gesprekken ons voerden. Afval! Ja, afval en politiek. Want afval wordt hier niet gescheiden. Dat komt, zei Alex, omdat bepaalde vrienden van Poetin daar veel geld mee verdienen. Fabrikanten van bierflesjes bijvoorbeeld. Omdat glas niet wordt gescheiden (statiegeld bestaat niet), moeten er steeds nieuwe flesjes worden geproduceerd en daar worden bepaalde mensen stinkend rijk van. Voor Pawel is dat allemaal veel te politiek. Hij praat liever of Djengis Khan, Ivan de Verschrikkelijke en andere planeten.

 

Ik vroeg ze of ze mijn boek van Bulgakov wilden signeren. Pawel schreef natuurlijk iets onbegrijpelijks. Alex schreef, als parodie op de titel van het eerste hoofdstuk (never talk to strangers): 'Always talk to foreign strangers'.

 


 

Moskou


Na een paar dagen in Moskou begin ik me min of meer thuis te voelen. Het centrum heb ik op de eerste dag bezocht en sindsdien gemeden. Natuurlijk, het Rode Plein, het Kremlin en alles er om heen is mooi, maar ook stampvol met toeristen en alles is er onbetaalbaar. In een strook daaromheen staan de meest luxe en decadente warenhuizen. Moskou doet zijn uiterste best zo chique mogelijk te zijn, het is niet voor niets de stad met de meeste miljardairs ter wereld. Op straat hangen overal klassieke schilderijen, mensen lopen rond in de meest nette en soms extravagante kleren en in een park waar ik was schalde uit de luidsprekers klassieke muziek (afgewisseld met Russische volksmuziek). Des te verder je van het centrum loopt, des te meer de prijzen dalen. Natuurlijk zijn er ook tegenbewegingen. Gisteren ontdekte ik een bepaald soort internetcafé, waar ik nu ook zit. Het heet anticafé en voor een niet al te groot bedrag per uur kan je er chillen, internetten, gamen, koffie drinken, lezen en meer. Ideaal!

 

Er zijn twee soorten mensen in Moskou: mensen die Engels kunnen/willen spreken en mensen die dat niet kunnen/willen. De tweede categorie wil zo min mogelijk met mij te maken hebben. Ze lijken niet te snappen dat er mensen zijn die geen Russisch spreken en zijn allerminst behulpzaam. De eerste categorie daarentegen is het tegenovergestelde. Zodra ze door hebben dat ik buitenlands ben worden ze enthousiast omdat ze hun Engels willen oefenen. Ze willen het liefst Rusland verlaten en hebben vaak al een relatie met iemand uit Europa of Amerika. Zo ontmoette ik ook David. Ik was weer eens aan het zoeken naar een internetcafé dat ik op internet had gevonden. Het bestond natuurlijk niet maar terwijl ik aan het rondvragen was zei David, die dus Engels sprak, dat hij wel iets anders wist (een anticafé dus). Hij liep met me mee en begon te vertellen over Moskou. 'Moskou heeft drie grote problemen wat betreft toerisme. Ten eerste is alles verstopt en is het voor toeristen heel moeilijk iets te vinden. Ten tweede spreekt bijna niemand Engels en ten derde is alles veel te duur. Hij had de wanhoop die ik af en toe voelde niet beter kunnen verwoorden. Poetin vond hij maar niets, maar hij snapte wel dat alle laagopgeleiden op hem stemmen. Hij heeft namelijk ook veel goeds gedaan voor Rusland. Zo zijn de lonen in de afgelopen tien jaar exponentieel gestegen. Vervolgens vroeg hij of ik alleen reisde. Op mijn bevestigende antwoord keek hij bezorgd. 'You take great risk! Moscow is very dangerous.' Of hij doelde op criminaliteit of op het feit dat ik Nederlands ben weet ik niet. Tot nu toe heb ik er in ieder geval nog niets van gemerkt.

 

Gisteren bezocht ik het 'Central Museum of Armed Forces'. Dit museum of militaire geschiedenis van de 20e eeuw stamt uit de Sovjet tijd en was opgericht als propagandamachine. Het vervult nog steeds die taak. Hoewel het communisme natuurlijk niet meer wordt verheerlijkt liegen de duizenden hakenkruizen, Duitse medailles etc. er niet om. De stapels oorlogsbuit liggen onder de rode Sovjet vlag, die volgens het museum dezelfde is als van de beroemde foto op de Reichstag. De rest van het museum is gevuld met alles wat met oorlog te maken heeft. Een duizelingwekkende hoeveelheid uniformen, wapens, medailles etc. In de kleine museumwinkel worden speelgoedwapens en foto's van Poetin verkocht. Later, toen het begon te stortregenen, dook ik een speelgoedwinkel in. Half om te schuilen, half omdat ik benieuwd was wat voor speelgoed hier populair is. Speelgoed leek mij een mooie weerspiegeling van de maatschappij. Het stelde niet teleur. Oorlog! Wapens, tanks, vliegtuigen, nog meer wapens, ridders en soldaatjes. Op wat treinen en een plank met barbies na was de hele winkel gevuld met oorlogsspeelgoed.

 

 

Moskou 2


Vandaag is mijn laatste dag in Moskou, vanavond stap ik op de tein naar Mongolië. Tijd om wat indrukken van Moskou samen te vatten.


Putin

Ik ontkom er niet aan, Putin is overal. In het centrum worden grote hoeveelheden T-shirts met het gezicht van Putin erop verkocht. Hij staat in alle kranten en iedereen heeft het over Putin. De propagandamachine draait op volle toeren. Maar alle mensen die ik spreek hebben een hekel aan Putin. Het is niets voor niets dat 10% van alle Russen hun land willen verlaten. Dit is de indruk die ik de afgelopen dagen van Putin heb gekregen:


Zijn machtsbasis berust grotendeels bij twee belangrijkeg groepen. De eerste groep is de kleine rijke elite die volledig afhankelijk is van Putin. De hele Russische economie is zorgvuldig in elkaar gezet door Putin en zorgt ervoor dat deze kleine groep mensen zijn rijkdom behoudt. Als Putin valt, zijn zij hun rijkdom kwijt.  De tweede groep, en minstens even belangrijk, bestaat uit laagopgeleiden met lage lonen. Hoewel hun levensstandaard nog steeds niet hoog is, heeft Putin veel voor ze gedaan. De gemiddelde lonen zijn gigantische gestegen in de afgelopen tien jaar. Hoewel Putin hier verantwoordelijk voor lijkt, is dat slechts schijn. Rusland verkeerde in een grote crisis na het uiteenvallen van de Sovjet Unie. Jeltsin kon zich maar nauwelijks staande houden en wist alleen te overleven door gebruik van geweld, het controleren van de media en door zich te omringen met een groep steenrijke oligarchen. Hiermee begon hij de politieke stijl die Putin voorstzette, maar waar Jeltsin grotendeels faalde bleek Putin het spel perfect te beheersen. Dat de lonen zijn gestegen is dus niet vreemd. Het is een gevolg van de stabiliteit waar Putin voor heeft gezorgd.

 

In bepaalde opzichten doet Putin denken aan Bismarck. Waar Bismarck de oude Duitse junckers in stand hield houdt Putin de oude communistische oligarchen in stand. En waar Bismarck in een tijd van revoluties in Europa mondjesmaat voor hervormingen zorgde (revolutie van bovenaf) doet Putin hetzelfde met betrekking tot kapitalisme en andere westerse invloeden. En daarnaast zijn het allebei meesters in de buitenlandse politiek als verlengstuk van de binnenlandse politiek. De populariteit van Putin groeide gigantisch na de inname van de Krim, net zoals Bismarcks populariteit groeide na de oorlog met Denemarken (en daarna Oostenrijk). Ook Bismarck veroverde een deel van Denemarken omdat het 'Duitse broeders' waren. Beiden opereerden in naam van de democratie, maar zonder het volk een stem te geven. Beiden zijn koningen van de realpolitik. Laten we hopen dat we de vergelijking niet veel verder door kunnen trekken. Tot nu toe is er gelukkig nog geen reden om de Frans-Duitse oorlog er bij te betrekken.

 

Hoe zit het dan met de oppositie? Er is een grote groep intellectuelen die zich verzetten tegen Putin, maar dat verzet beperkt zich tot binnen de muren. Ze zijn bang. Alex liet een boek zien waarin alle bezittingen van Putin en zijn 'vrienden'  staan opgesomt. Het zijn schandalige hoeveelheden. Dit soort onderzoek wordt dus wel gedaan, maar openbaar verzet is er nauwelijks. De mensen die zich wel lieten horen zitten in de gevangenis. Rusland is in naam een democratie, maar in de praktijk een dictatuur met een westers randje.

 

De mensen

'Moscow nevers sleeps!' Wat een gigantisch uitgestrekte stad is Moskou. En overal zijn massa's mensen. Op het Rode Plein zijn er naast Russen ook groepen toeristen te zien, maar verder zijn er nauwelijks buitenlanders. Ook de toeristen komen bijna allemaal uit Rusland. Ik ben nog geen enkele Europeaan tegen gekomen. Verder zijn er veel Aziaten, die perfect zijn ingeburgerd. Veel diversiteit is er niet. De enige mensen met donkere huidskleuren lopen folders uit te delen. Echt waar, ik heb er op gelet.

 

De metro

De metro is wat mij betreft de grootste attractie van Moskou. Een gigantische ondergrondse stad strekt zich uit in alle richtingen. Alle metrostations zien er uit als 19e eeuwse paleizen, compleet met marmer en kroonluchters. Vaak tellen de stations wel drie of vier verdiepingen, waar de metro's elke twee minuten vertrekken. Ook in de metro rijden is een hele beleving. Met een noodvaart scheuren ze door de ondergrondse gangen. Alles is perfect geregeld, hoewel voor de nieuwkomer compleet overdonderend. Voor iedereen die naar Moskou gaat kan ik aanraden elke dag de metro te nemen.

 


Transsiberië express


Vijf dagen in de trein, het leek zo veel van tevoren! Maar vijf dagen is niets. Al snel word je overgenomen door het ritme van de trein en gaat de tijd stil staan. Vijf dagen is niets, het is zo voorbij, in een flits. Na een dag besloot ik de tijd te vergeten en mijn klok op te bergen. In de trein wordt de standaard tijd van Moskou gebruikt, terwijl je in werkelijkheid tijdzone na tijdzone passeert. Zo gebeurde het dat ik op een gegeven moment om één uur 's nachts naar de zonsopgang keek. Een dag- en nachtritme is niet vol te houden. In plaats daarvan bestaan de dagen uit een paar uur slapen en een paar uur waken. Tijdens de wakkere uren eindeloos uit het raam staren om het landschap te zien veranderen van dichte Siberische bossen naar de open steppe. Tussendoor spelletjes spelen met mijn transsiberische reisgenoot Laura en heel veel lezen. De trein was tot Irkutsk zo goed als leeg. Mijn coupé deelde ik met een vriendelijke Russische dame en naast de vele Chinese 'conducteurs' was er alleen de Engelse Laura in mijn treinstel. Het was prachtig en ik had makkelijk nog veel langer door kunnen gaan. Je bent letterlijk afgesloten van de werkelijkheid, alles wat je ziet is onbereikbaar. Vijf dagen lang zie je ongelooflijk veel, maar alles van een afstand, zonder er deel van uit te maken. Het landschap wordt betekenisloos, tijdloos, woordloos. En ik ben slechts een vluchtige toeschouwer, gevangen in een ruimte dat geen enkel contact heeft met de buitenwereld. Het is magnifiek om de tijd, de ruimte en jezelf te voelen vertragen. Minuten, uren of dagen bestaan niet meer. Slechts het bewegen van de zon en de trein geeft aan dat er tijd verstrijkt en dat er beweging is. En dan, bij het uitstappen in Ulaan Baatar, wordt je terug op aarde gegooit. De eerste uren zijn als een droom. Het is een omgekeerde wereld om weer deel uit te maken van de realiteit. De droom van de trein was werkelijkheid geworden en daarom was de werkelijkheid een droom. Zittend op het Sükhbaatar plein om 5 uur 's morgens vroeg ik me af of ik wel echt in Ulaan Baatar was. Pas toen enkele uren later de eerste Mongolen op het plein verschenen wist ik het zeker: in ben echt in Mongolië.

 


Ulaan Baatar


Niemand gaat vrijwillig naar Ulaan Baatar. Het is niet alleen de koudste hoofdstad ter wereld, maar waarschijnlijk ook de lelijkste. Veel meer dan beton, stof en smog is er niet. Behalve dan de prachtige groene bergen, die je door de laag smog in de verte kunt zien.


Eerste indruk
Ulaan Baatar is een nieuwe stad en op wat tempels na is alles beton. Hoewel het meer dan een miljoen inwoners heeft doet het centrum aan als een dorp. Een plein, een hoofdstraat en wat kleinere winkelstraten. Veel meer is er niet. Vandaag liep ik een paar uur door de buitenwijken op zoek naar een grote markt (die natuurlijk gesloten was) en ik had het gevoel dat ik van binnen aan het wegrotten was. Grote wegen die je rennend en manoeuvrerend met gevaar voor eigen leven moet oversteken (stoplichten hebben absoluut geen betekenis), overal stof, overal grote jeeps en nergens bestrating (of putdeksels). Des te groter is het contrast met de rest van Mongolië, dat ik morgen voor een deel zal gaan ontdekken.


Rugzaktoeristen
Bij het inlezen over Mongolië was ik al vaak tegengekomen dat dit het land van de rugzaktoeristen is. Mooi, dacht ik! Daar heb ik me goed in vergist. De (westerse) rugzaktoeristen die ik hier tegenkom maken allemaal reizen van meerdere jaren. Ze hebben geld in overvloed en vinden zichzelf heel alternatief. Een gesprek voeren is echter bijzonder moeilijk. Iedereen wil over zijn geweldige reis praten, hoe goed ze wel niet zijn, hoe slim en hoeveel beter dan de andere mensen. Gisteren ontmoette ik iemand uit Frankrijk die al een jaar onderweg was maar die in dat jaar blijkbaar niet had geleerd hoe je een gesprek voert. Al goed, er zijn natuurlijk uitzonderingen. Ik had leuk contact met een jongen uit Hongkong en breng veel tijd door met een archeoloog uit Zweden. Hij werkt al jaren in Mongolië en heeft honderden opgravingen uit de tijd van de Xiongnu gedaan. Voor mij natuurlijk heel interessant in verband met mijn scriptie. Hij moet trouwens niets hebben van historici, die roepen maar wat!


Wat te doen?
De vraag die mij de afgelopen dagen bezig hield. Wat moet ik in godsnaam doen? Zelfstandig reizen is uitgesloten. Naast het feit dat er bijna geen openbaar vervoer is, heb ik al snel geleerd dat Mongolië bijzonder onveilig is. Overal zijn zakkenrollers en oplichters. Gisteren was mijn rugzak al bijna gestolen, ik had het gelukkig net op tijd door. Nee, alleen reizen is bijzonder riskant. Dan blijven alleen de tours over, die hier overal worden georganiseerd. Alles is mogelijk, als je maar geld hebt. Via een excentrieke Mongoolse vrouw in mijn hostel die Engels, Duits, Frans, Pools en Russisch spreekt kwam ik terecht bij mensen die een tour naar de Gobi wilden doen. Het was interessant maar prijzig en eigenlijk heel onbetrouwbaar. Vandaag heb ik dan toch een tour geregeld, bij Golden Gobi. Met twee Duitsers en een Oostenrijker ga ik 11 dagen op pad. Eerst een stuk ten westen van Ulaan Baatar en daarna naar de Gobi. Slapen in tenten of bij nomaden. De komende 11 dagen dus geen updates meer!

 


Mongolië


Na een achtbaan van twaalf dagen ben ik weer terug in Ulaan Baatar. Wat een tocht! Wat kan ik zeggen? Ik weet het niet. Alles is nog aan het bezinken. Laat ik het beetje bij beetje doen. Morgen vertrek ik voor twee dagen naar een natuurreservaat in de buurt, maar daarna zal ik proberen wat te schrijven over alle belevenissen van de afgelopen dagen. Eerst moet ik weer wennen aan het Nederlands...

 

Laat ik alvast beginnen met de laatste dag, want de laatste dag vormde het begin van een nieuw hoofdstuk in mijn reis. We waren op weg van de Gobi terug naar Ulaan Baatar. De twee Oostenrijkse meisjes waren terug gevlogen, alleen de Duitse Manuel en ik waren over. We zouden overnachten in baga gazriin chuluu. Daar had ik naar gevraagd omdat de archeoloog die ik eerder had ontmoet hier veel opgravingen had gedaan en er overal sporen van de Xiongnu te vinden zijn. Zoals gewoonlijk sliepen we bij een nomadische familie die een extra ger hadden voor toeristen. Maar deze keer was het anders dan anders, omdat dit geen populaire bestemming is. Toen we aankwamen was de familie net klaar met het slachten van een schaap. Op een groot kleed voor de ger lag de vacht en verschillende schalen met bloed, ingewanden en vlees. Daarnaast drie hoofden van een schaap en twee geiten. Het vlees ging naar familie in de stad, de ingewanden waren voor ons. In een grote schaal boven de kachel in de ger werden ze gekookt. Daarna werd de schaal verdeeld onder alle aanwezigen. De vader, de moeder, zoon, dochter, buren, gidsen, chauffeurs en wij. Allemaal in dezelfde kleine, donkere ger. Wij kregen de beste stukken: lever, hart en longen, daarna mochten we de ruggenwervels afkloven. Inmiddels waren we wel wat gewend (schaap, marmot, kameel) maar dit was weer een stap verder. We hebben braaf gegeten en er zelf een klein beetje van genoten. Het bleek dat dit de laatste avond was voor de moeder en de kinderen, want die moesten de volgende dag naar de stad omdat de school weer zou beginnen. De vader zou dus alleen achterblijven. Van het een kwam het ander. Ik was nog op zoek naar een plek om de komende maand door te brengen. Zo gebeurde het dat ik over iets meer dan een week met de bus terug keer om ongeveer een maand lang de vader te helpen met de kudde geiten, schapen en koeien. Ik moet ze melken, naar de weilanden brengen en ik moet de vader helpen verhuizen naar de winterplaats. Het is een stap in het duister, een compleet andere wereld. Als toerist krijg je slechts het topje van de ijsberg te zien. Ik heb geen idee hoe de maand als nomade er uit gaat zien, maar ik kijk er gigantisch naar uit.

 


Gras en Gers


Op het moment dat de auto Ulaan Baatar verlaat is er niets dan uitgestrekt grasland met hier en daar witte stipjes van gers. Er zijn bijna geen mensen te zien, maar dat betekent niet dat er geen leven is. Overal staan grote kuddes paarden, geiten en schapen te grazen. Ze worden door hun eigenaren helemaal los gelaten en kunnen gaan waar ze willen. Soms moeten mensen dagen rijden op zoek naar hun eigen paarden. In de ger zijn er veel tradities maar de sfeer is altijd ontspannen. De gasten gaan aan de linkerkant op de grond zitten, benen gekruisd, zonder op de drempel te staan of tussen de twee centrale steunpalen te lopen. Ze krijgen airag aangeboden, soms zoute melkthee, zelfgemaakte wodka en snuiftabak. Allemaal heel gemoedelijk maar volgens vaste patronen. Helaas is het onmogelijk te communiceren. Niemand spreekt Engels, ik spreek (nog) geen Mongools en de gids speelt liever geen tolk. Maar de grote gastvrijheid is niettemin hartverwarmend. Tijdens een wandeltocht in de Gobi kwamen we een grote familie tegen die aan het kamperen was. We kregen versgevangen marmot (de klauwen, staart en het hart), airag en we moesten drie kommen bier leegdrinken voor goed geluk. Er werd niet gepraat maar veel gelachen. Groepsfoto's werden gemaakt, balonnen en snoepjes uitgedeeld. Het was een prachtige Mongoolse ervaring.

 

Na veel zoeken in het busstation heb ik mijn bustickets gekocht. Morgenvroeg vertrek ik om voor een maand lang bij de nomadische familie te werken. Ik weet absoluut niet wat ik moet verwachten, maar het wordt in ieder geval een bijzondere ervaring.

 


In een zee van gras


Na drie weken nomadisch leven ben ik weer in Ulaan Baatar gearriveerd. Terug in de stad, de drukte, het beton. De tocht van de bushalte naar het hostel overleefde ik maar nauwelijks, glijdend over het ijs de auto's ontwijkend. Nu rustig bijkomen. Overal heb ik spierpijn, overal schrammen en kleerscheuren. De eerste douche in drie weken was genieten. Maar toch, eerlijk gezegd heb ik een douche nooit gemist. Ook niet een bed, een computer, westers eten. De afgelopen drie weken waren zwaar, maar nooit heb ik verlangd naar de beschaving. Ik had nog makkelijk drie weken langer kunnen blijven, maar het was tijd om terug te gaan. De komende dagen zal ik proberen mijn ervaringen op te schrijven. Het is niet makkelijk. Zo weinig gedaan en toch zo ontzettend veel. Laat ik voor nu beginnen bij het begin.

 

In Delgertsogt stapte ik uit de bus. Dat er een bushalte is verbaasde mij. Meer dan een paar Sovjet gebouwen midden in de woestijn, in de jaren '90 voorzien van een likje verf, was er niet. Verder stof en zand, Al met al het meest godverlaten oord dat ik ooit heb gezien. De ger van de oma van de familie (97 jaar), wist ik te vinden door de stupa in de tuin. Ze is de moderne variant van een sjamane. Ze noemt zichzelf lama, maar de sjamanistische tradities zijn duidelijk aanwezig. Mensen vragen haar om advies, ze werpt de botten, zacht fluisterend en in de verte starend. Na al mijn moed te hebben verzameld stapte ik in de ger, kloppen is verboden. De oma was daar met haar kleindochter en kleinzoon, 9 en 2 jaar oud. Communicatie was natuurlijk niet mogelijk, maar ze begrepen dat ik naar Narkaa en Mendee wilde. Het zou wel goedkomen. Ik doodde de uren met spelen met de kinderen. Vier uur wachten, vijf uur, ik begreep er niets van. Ze zei dat ik misschien zou blijven slapen. Buiten klonk het geronk van een motor en er stapte een gigantische en angstwekkende Mongool in traditionele deel binnen. Hij zei een paar woorden, ging weer weg. Ik was de wanhoop nabij, nog niet? Maar hij kwam terug en eindelijk gingen we op weg. Het was inmiddels donker, de sterren aan de hemel gaven nog net wat licht. Hij wees op kleren en stak zijn pink op, een slecht teken. Ja, ik was niet voorbereid op de ijzige Mongoolse kou. Mijn rugzak was loodzwaar van de cadeau's die ik voor de familie had meegebracht. Rijst, wodka, koffie etc. Maar goed, ik had geen keus. Achterop de motor dus, met mijn zware rugzak, door de ijskoude nacht. Het was prachtig, genieten en afzien tegelijk. Ik gleed steeds meer weg naar links, mijn rugzak helde gevaarlijk over. Alles verstijfde, krampachtig hield ik de motor vast en kon niet meer loslaten. Mijn handen bevroren, mijn gezicht bevroor. Bijna een uur. Over smalle paadjes door de rotsige grond hobbelend hield ik stand. Totdat we bij zijn ger kwamen en ik eraf moest. Het ging niet. Uiteindelijk lukte het door mezelf van de motor af te laten vallen. Binnen kon ik mij warmen bij de kachel en ik kreeg airag te drinken. De kom vol met gefermenteerde paardemelk trilde in mijn handen, ik verspilde meer dan ik dronk. En alles zonder een woord, Mongools of Engels. Nu waren we vlakbij, nog een kilometer en we waren bij de ger van Narkaa. Daar kon ik me eindelijk goed warmen met zoute melkthee. Er was een gids van een groepje toeristen aanwezig dus ik kon communiceren. We sproken af dat ik wat zou betalen, maar veel minder dan andere toeristen, die eens in de paar dagen hier onvernachtten. Zo ging ik naar bed, niet wetend wat mij te wachten stond. De eerste paar nachten kon ik slapen in een aparte ger. Uitgeput viel ik in een diepe slaap.

 


Het wilde oosten


In dit wilde oosten
waar het ijs wordt gedragen
door de vrije wind
en het schrale gras
een weg vecht naar boven
In dit wilde oosten
leeft eenzaam de nomade
vergeten door de wereld
vergroeit met het gras
leeft hij het leven
van een aards bestaan

 


Het slachten van een geit


Zo'n tweehonderd geiten en schapen bezit de familie, genoeg om volledig zelfvoorzienend te zijn. Elke dag molken we de geiten. Daarna werd de melk gekookt en deels gebruikt voor de thee. Van de rest wordt yoghurt gemaakt, waarvan later weer een deel wordt verwerkt tot aaruul, gedroogde yoghurt. Water wordt er niet gedronken, slechts melk, thee en soep. Het eten bestaat uit vlees, vlees en vlees. Soms met noedels of rijst, soms gewoon alleen vlees in een grote schaal met een mes erbij. Twee keer hebben we een geit geslacht. Ik zal proberen te beschrijven hoe dat hier in z'n werk gaat. Foto's heb ik niet gemaakt, ik wilde zo veel mogelijk meedoen met het Mongoolse leven en naar mijn mening creëert het maken van foto's een kloof tussen de toerist en de werkelijke ervaring.


Narkaa kan tot ergernis van Mendee niet zelf slachten. Er moest iemand van de buren komen om de klus te klaren. Met z'n vieren kozen we een geit, dreven hem in het nauw en grepen hem vast. Naast de ger legden we hem ondersteboven neer, ik hield de wild spartelende achterpoten vast, Narkaa de voorpoten. De slachter pakte zijn mes en maakte een diepe snee in de buik van de geit, net onder de ribbenkast. Hij gleed zijn hand naar binnen in de krijsende geit, vond de slagader en kneep die kapot. Niet meer dan 20 seconden later was de geit van binnen doodgebloed. Het was meesterlijk gedaan, ik was diep onder de indruk. We sleepten het loodzware beest naar binnen en daar, op de vloer van de ger, begonnen we met schoonmaken. Met wilde halen scheidde hij de vacht van het vlees. Geen druppel bloed werd verspild. Daarna volgden de ingewanden, die we samen in een grote emmer tilden. Die ging direct naar Mendee om verwerkt te worden tot ons avondmaal. Vervolgens werd de keel geleegd, de slokdarm verwijderd, het hoofd afgehakt. Mijn handen rood van het bloed maar de vloer vlekkeloos. Uiteindelijk pakte hij een kom en schepte het bloed uit het lege karkas in een emmer, die weer naar Mendee ging. Zo, in niet meer dan een uur, was de geit geslacht en volledig opgedeeld in kleine stukken. Het beest verdween voor mijn ogen, terwijl op de achtergrond een Amerikaanse oorlogsserie op tv voor wilde geluidseffecten zorgde. Het was een surrealistische ervaring en mijn respect voor de Mongoolse manier van slachten is groot.


Die avond aten we uit een grote schaal de ingewanden. Ik had de eer om het vlees te snijden en uit te delen. Hier een stuk hart, daar wat darmen en voor hem de lever en slokdarm. Alles van de geit werd gebruikt. Zelfs de maaginhoud, die smeerden we elke dag op de uiers van de geiten zodat de jonge geiten niet van de melk dronken. De maag zelf maakten we later schoon en werd opgeblazen om er yoghurt in te drogen. Alleen de kop werd apart gelegd en ik vermoedde dat dat het enige deel was wat niet werd gegeten. Dat had ik goed mis. Een paar dagen later stond het geitenhoofd op het menu. Nadat Narkaa met een brander het haar had weggeschroeid en de horens had afgezaagd werd de kop in z'n geheel gekookt in een grote pan. Daarna kreeg ik een mes en kon ik het vlees van de schedel afsnijden. Met veel moeite kreeg ik het taaie oor weg en daarna een stuk wang. De volgende morgen was er nog vlees over, Narkaa sneed met een groot mes de oogkassen uit. Het vlees was inmiddels koud en zoals dat gewoonlijk was warmden we het op door het in warme melkthee te gooien. Zo gebeurde het dus dat ik een ontbijt had van melkthee met geitenogen.


Het klinkt allemaal heel vreemd en smerig, maar om eerlijk te zijn heb ik altijd genoten van het eten. Beter vlees dan dit bestaat niet. De hele dag loopt de kudde rond, wordt goed verzorgd. De manier van slachten is de meest diervriendelijke die ik heb gezien. Het hele dieet is hier opgebouwd uit vlees, drie keer per dag. En het went, op een gegeven moment was ik in staat te genieten van de grote half gekookte brokken wit vet of de taaie stukken gedroogd vlees. Ik zal weer moeten wennen aan Nederland waar het vlees een onbekende oorsprong heeft en peperduur is.

 


Tradities


Het leven in een ger kent vele tradities. Van toeristen verwacht men niet dat ze zich aan de tradities houden, maar ik werd steeds meer gecorrigeerd naarmate ik er langer verbleef. De gigantische culturele verschillen begonnen mij steeds meer op te vallen en waren soms moeilijk. De tradities die in regels zijn te vatten zijn makkelijk te leren. Daarentegen zijn de subtielere culturele verschillen, zoals hoe mensen met elkaar omgaan, moeilijker.

 

De bouw van een ger
Rond deze tijd vertrekken alle families naar hun winterplaats. Zo ook mijn familie, dus we hebben twee gers verplaatst. De constructie is zo ontworpen dat het niet meer dan een uur duurt om de ger af te breken. Het opbouwen kost daarna wat meer tijd maar is nog steeds simpel en snel. Eerst worden de muren neergezet. Het zijn opvouwbare latwerken die op het eerste gezicht niet erg stevig lijken. Door de ronde vorm krijgen ze echter hun stevigheid en ze worden daarom strak samengebonden. Als de middelste paal met een traditionele uitroep omhoog gaat volgen de latten die het dak vormen. Als alle latten zijn bevestigd raken de poten van de middelste paal de grond niet meer, die wordt later verzwaard zodat alles strak in elkaar zit. Eerst komen de grote vilten lappen op het dak en de muren. Drie lagen dik vilt houden de warmte binnen en de kou en sneeuw buiten. Tot slot het witte doek en daarna wordt alles nog eens zo strak samengebonden dat al het hout ervan kraakt. Daarna kan de inrichting beginnen.


De inrichting van een ger
Alle gers zien er min of meer hetzelfde uit van binnen. In het midden staat de kachel, gericht naar het oosten, de plek van de vrouw. Hier staat ook een kast met de kookspullen. Aan de noordkant staat een kastje met de waardevolle spullen en daarop een Boeddhistisch altaartje. Als de familie een tv heeft staat die ernaast. Meestal heeft de ger een bed, die slechts bedoelt is voor gasten want de familie zelf slaapt op de grond. Overal in de ger staan zuivelproducten. Yoghurt, melk, airag, kaas. Alles wordt in de ger gemaakt in grote tonnen en emmers. De bezittingen worden bewaard in grote tassen, ruimte voor een kast is er niet. Veel meer is er niet te vinden. Een ger is klein, maar omdat er geen onnodige spullen zijn is er ruimte genoeg. De ruimte is sober ingericht, hoewel sommige families de wanden versieren met grote kleden.


Tradities
Langzaam leerde ik steeds meer gebruiken en werd ik vaker gecorrigeerd op kleine dingen. Veel van de tradities lijken op het eerste gezicht nutteloos. Als je echter bedenkt dat het in het nabije verleden niet zelfdzaam was voor een familie van 12 man om in een ger te leven lijken de regels ineens logisch. Naast de vele regels gaat men heel vrij met elkaar om. Echte beleefdheidsregels zoals die bij ons zo belangrijk zijn hebben ze niet. Het is me vaak overkomen dat ik (Mongoolse) tv aan het kijken was en iemand simpelweg voor mij ging zitten of van kanaal veranderde. Dit heeft ook te maken met het belang van autoriteit. Leeftijd is heel belangrijk en iemand die ouder is heeft altijd absoluut gezag. Ik had dus meestal weinig te vertellen. Kinderen die in een ger opgroeien doen mee met het huishouden zo gauw ze kunnen lopen. Ze doen alle afwas en het schoonmaken en klagen nooit. Tegen de ouders in gaan is geheel ondenkbaar. Luiheid is een groot kwaad. Soms probeerde ik tussendoor even te liggen maar dan vuurde Narkaa meteen allerlei opdrachten op mij af. Er is altijd werk te doen. Het concept privacy bestaat hier niet, mensen zijn gewend om met een grote familie in een kleine ruimte te leven. Als ik probeerde te lezen bleven mensen rustig tegen mij praten, als ik probeerde te slapen gingen mensen op mijn bed zitten, luid met elkaar pratend. Een moment voor jezelf bestaat niet en is ondenkbaar. Verder heeft hygiëne een compleet andere betekenis. Afwassen is lastig en wordt daarom het liefst vermeden. Het eten zit zonder uitzondering vol met haren, die eerst worden afgelikt alvorens ze weg te gooien. Het is een paar keer gebeurd dat er een gast binnenkwam die zonder iets te zeggen ging zitten, een lucifer pakte en daarmee zijn oren schoonmaakte. Vervolgens werd de lucifer afgeveegd aan de broek en teruggelegd. Dit zijn culturele omgangsvormen waarvoor geen regels bestaan en waar ik moeilijk aan kon wennen. Hier een greep uit de vele regels die ik wel kon leren:

 

-Raak bij het binnenkomen van de ger nooit de deurpost aan met je schoenen.
-Stap nooit over iets heen wat met eten te maken heeft.
-Ga op de grond zitten, het liefst in de traditionele Mongoolse houding of in kleermakerszit.
-Doe nooit iets tussen de twee centrale steunpalen, niet lopen of iets aanrijken of zelfs maar erdoorheen praten.
-Leun niet tegen de muur of meubels.
-Neem alles aan met twee handen of je rechterhand, met je linkerhand de rechter elleboog steuenend.
-Eet altijd je kom leeg en lik die schoon of spoel het schoon met melkthee.
-Gooi nooit vlees weg.
-Leg je hoed nooit ondersteboven neer (dat doen bedelaars).
-Lig nooit met twee handen onder je hoofd (dat doen blijkbaar ook bedelaars).
-Laat nooit rommel slingeren en ruim je slaapzak op meteen nadat je wakker wordt.
-Zit nooit op je hurken.
-Leg je bestek na het eten altijd naast je kom.
-Snij het vlees naar je toe, nooit van je af.
-Eet en drink zo veel als je wilt en dan nog meer.

 


Wolven


Op een morgen toen we op de motor zoals gewoonlijk de kudde zochten verscheen er een gigantische zwarte vogel aan de lucht. Niet veel later kwam er nog een bij en het werden er steeds meer. Narkaa wees bezorgd naar de cirkelende vogels en zei 'muu bain', dat is slecht! Nadat we snel onze kudde hadden teruggebracht gingen we op onderzoek uit. Het duurde niet lang voordat we een kleine geit op een hoge rots zagen staan. Hij stond doodstil en uit zijn keel druppelde bloed. Nu wist Narkaa het zeker: wolven. We reden snel naar de buurman (Jack), van wie de geit was. Ze hadden nog niets door en schrokken van het nieuws. Nu ging ik met Jack achterop de motor om de geit terug te halen. Toen we echter beter keken bleek dat overal op de toppen van de hoge rotsen kleine geiten stonden, doodstil in de verte starend. We reden wat verder en volgden de vogels, die inmiddels de lucht zwart kleurden. Overal klonk het gekrijs van kraaien, buizerds, condors en andere roofvogels en aasgieren. Het viel niet te missen, in het midden van een weiland was een grote hoop zwarte vogels. We reden er naar toe, verjaagden de vogels en daar vonden we het eerste dode schaap. Zijn nek was volledig verwoest, zijn buik opengereten en zijn vlees aangevreten.

 

Nadat Jack de geit had geïdentificeerd reden we verder. Het volgende slachtoffer was een geit, zijn buik lag open en zijn maag was stukgebeten waardoor de grond bruin kleurde van de onverteerde massa. Na nog een dode geit te hebben gevonden keerden we terug naar de anderen, die kwamen aanlopen met hun kleindochter van vier jaar. Jack en zijn vrouw gingen verder op onderzoek uit, Narkaa en ik zouden terugkeren naar de ger met de kleindochter. Althans, hij met de kleindochter, ik met een gewonde geit. De geit was ook in zijn keel gebeten en kon niet bewegen. Ze hadden hem echter nog niet opgegeven en wilden hem terugbrengen naar de ger. Met de loodzware en luid krijsende geit op mijn schouders keerde ik met wankelende benen over de rotsige bodem terug. Het voelde alsof ik figureerde in een film. Nadat de geit bij de ger was keerde ik weer terug naar Narkaa, om vervolgens met de kleindochter op mijn schoot op de motor terug te rijden. We dronken wat airag (waar ik zoals altijd kotsmisselijk van werd) en keerden terug naar onze kudde om de geiten van Jack die in de wilde nacht met de onze waren vermengd terug te brengen. In totaal had Jack die dag 15 geiten en schapen verloren. Het was een zwaar verlies.

 

Over een paar uur stap ik op het vliegtuig naar Olgii, een stadje in het uiterste westen van Mongolie. Hier is de meerderheid Kazak en de cultuur is er heel anders dan de rest van Mongolie. Dit weekend wordt er het jaarlijkse Golden Eagle Festival gehouden, waar de Kazakse jagers met hun grote vogels hun kunsten vertonen in een wedstrijd. Het is een unieke kans dat ik hier bij kan zijn. Ik blijf er een week, na het festival ga ik proberen rond te trekken met een tent. Het stadje ligt op 1700 meter en het is er ijs en ijs koud. Gisteren heb ik Mongoolse winterkleren ingeslagen, onder meer een traditionele deel. De wifi omstandigheden zijn waarschijnlijk minimaal dus dit is voorlopig weer het laatste bericht.

 



Adelaarsfestival


De foto's van Kazakse adelaarsjagers zijn wereldberoemd. De kans om het jaarlijkse adelaarsfestival bij te wonen kon ik dan ook niet voorbij laten gaan. Samen met twee Fransen, de gitaar op de rug en gekleed in traditionele deels gingen we op weg om dit spektakel bij te wonen. Natuurlijk was ik niet de enige met deze gedachte en mijn vliegtuig zat vol met toeristen, op de enkele ongemakkelijke Mongool na. Het vliegtuig landde op een verlaten vliegveld tussen de gigantische bergen. Meteen nadat we het toestel verlieten werden we gegrepen door de nietsontziende ijzige wind. Alle toeristen werden opgehaald door busjes van de toerorganisaties en met een zekere trots vertrokken wij te voet naar Olgii. Zoals dat gaat in dit land waar elke auto een taxi is werden we al snel opgepikt en afgezet in het 'centrum'. Olgii lijkt op niets wat ik tot nu toe in Mongolie heb gezien. Slechts een paar gers en voor de rest lage witte gebouwen. Hier is de meerderheid Kazak. In de restaurants serveert men kebab en over de huizen schalt het gebed afkomstig van de moskee. Dit is het wilde westen van Mongolie en het stadje straalt een verlatenheid van de rest van de wereld uit. Behalve dan rond deze tijd, als de toeristen binnenstromen voor het festival. Met moeite vonden we een plek om te overnachten. De volgende dag vertrokken we liftend naar het festivalterrein, zo'n tien kilometer buiten het stadje. Festivalterrein is een groot woord, meer dan een paar gers en een afgezet stuk grond was het niet. We begonnen met het opzetten van onze tenten, waar we een aantal vreemde blikken mee vingen. Blijkbaar waren we de enige die zo gek waren om in deze kou in een tent te slapen. Daar kwamen de trotse jagers aanrijden, allen traditioneel gekleed met grote bontmutsen en een enorme adelaar op de arm. De rest van de dag vertoonden ze hun kunsten in het eerste onderdeel van de competitie. De adelaars werden van een hoge berg losgelaten en moesten terugkeren naar hun meester, die hun rauwe stem over de bergen deden weerklinken. Het lukte lang niet altijd. Sommige adelaars streken neer op een rots, anderen vlogen simpelweg heen en een enkele viel een loslopende hond aan. Dit alles werd aanschouwd door een paar honderd toeristen en evenzoveel locals. De toeristen waren voor een groot deel professionele fotografen met gigantische camera's. Iedereen probeerde natuurlijk de perfecte foto te maken zonder het publiek en dat leverde het nodige geduw en getrek op. Het ironische is dan ook dat iedere toerist klaagt over al die andere toeristen. De vele buitenlanders geven inderdaad een wat minder exclusief gevoel, maar aan de andere kant is het positief dat dit festival zo populair is. Het jagen met adelaars is een sport en kost meer dan het oplevert voor de jagers. Dat deze traditie aan het uitsterven is zal dan ook niet verbazen en toerisme is een manier om de traditie te behouden.

 

 

Terwijl wij ons klaarmaakten voor de koude nacht in de tent en ik angstig naar de lucht keek of het zou gaan regenen (mijn tent was door de wind gebroken en gescheurd) stopte naast ons een Russisch busje. Een vrolijke familie Russen stapte uit en nodigde ons uit met hen mee te komen. Na wat geaarzel gingen we akkoord, braken onze tenten weer af en stapten in. Meteen kregen we wodka aangeboden en werd er vrolijk in het Russisch tegen ons gepraat. We stopten niet veel later voor een barbeque, waar een Kazakse familie zich bij ons aansloot. Er werd veel wodka gedronken en veel vlees gegeten, het was een waar feest. Wij begonnen ons wat zorgen te maken over de Russische familie, maar gelukkig werden we door de Kazakse familie uitgenodigd bij hun te slapen. Dit leek ons een stuk veiliger en niet veel later reden we naar Olgii in de politiewagen van de vader van de familie. Daar sliepen we die nacht op de grond in de woonkamer, na nog veel meer wodka en allerlei uitstapjes in het stadje. De volgende dag brachten ze ons weer terug naar het festival, waar de adelaars dit keer een dode vos moesten vangen die achter het paard van de jager werd gesleept. Daarnaast traditionele sporten zoals boogschieten, kamelenrace en een duel waarbij twee ruiters vochten om een schaapsvel. Al met al een groot spektakel en tevreden en ietwat onderkoeld keerden we terug naar Olgii.