Khazaren (Chazaren)

ca. 7e - 11e eeuw

 

Na het uiteenvallen van het gigantische rijk van de Göktürken werd de macht van de confederatie van de Khazaren steeds groter. In de 9e en 10e eeuw was deze confederatie uitgegroeid tot een groot rijk dat zich uitstrekte van de Hongaarse laagvlakte tot het Aralmeer, van de Kaukasus tot de Oeral. De strategische ligging van dit stepperijk zorgde ervoor dat de belangrijkste handelsroutes van die tijd door het rijk van de Khazaren liepen. Het Khaganaat van de Khazaren is een van de meest onderzochte stepperijken onder historici, mede omdat de Khazaarse elite zich had bekeerd tot het Jodendom.

 

Oorpsrong

De confederatie van de Khazaren bestond uit Turkse volken die oorspronkelijk deel uitmaakten van het rijk van de Göktürken. Rond 630-650 spitsten deze volken zich van het westelijk Göktürk rijk af. Volgens Peter Golden is het heel waarschijnlijk dat de Khans van de Khazaren van de Ashina familie afkomstig waren, hetzelfde geslacht als de Khans van de Göktürken, Voordat de Khazeren zich afscheidden van de Göktürken komen ze al verschillende keren in de bronnen voor, maar hun oorsprong is stof van veel discussie en nog steeds onduidelijk. Na deze afscheiding ontstond er een machtstrijd op de Pontische steppe tussen onder andere de Khazaren en de Bulgaren, dat uiteindelijk door de Khazaren werd gewonnen. Het rijk van de Khazaren werd daarmee de belangrijkste opvolger van de Göktürken en was het machtigste stepperijk in de periode tussen het rijk van de Göktürken en het Mongoolse rijk.

 

Khaganaat van de Khazaren

Rond 670 hadden de Khazaren een ferme machtsbasis in handen tussen de Zwarte en Kaspische zee. Hun hoofdstad was Atil of Itil, een grote en rijke stad gelegen aan belangrijke en lucratieve handelsroute tussen het Byzantijne en Islamitische rijk in het Zuiden, Russiche rijken in het Noorden, Europese rijken in het Westen en Turkse rijken in het Oosten. Het rijk van de Khazaren werd hierdoor een van de belangrijkste handelsnaties van de vroege Middeleeuwen.De periode tussen ongeveer 700 en 950 wordt hierdoor ook wel de Pax Khazarica genoemd, omdat de hele Pontisch-Kaspische steppe op dat moment in handen was van de Khazaren. De hoofdstad Atil kende een verscheidenheid aan culturen en religies, waarbij in eerste instantie het Turkse Tengriisme waarschijnlijk de belangrijkste was. Naast handel als belangrijkste inkomstenbron werd er tribuut geheven onder de 25 onderworpen volken van de Khazaren en werd het leger soms als huurlingenleger 'verhuurd'. De Khazaren waren inmiddels niet langer overwegend nomadisch. De elite had zich voornamelijk in de steden gevestigd. Wel bleven er restanten van de nomadische leefwijze bestaan en zou de elite dus 'rituele nomaden' genoemd kunnen worden. Het stepperijk van de Khazaren was op dit moment 'duaal georganiseerd', ze waren dus zowel nomadisch als sedentair. Het rijk werd bestuurd door een Khagan die als het ware het hemelse mandaat op aarde vertegenwoordige maar verder weinig wereldlijke macht had een een Khagan Bek, die de wereldlijke zaken waarnam.

 

Byzantijnse en Islamitische rijk

De Khazaren namen een bijzondere positie in tussen de twee grootmachten van het Byzantijnse rijk en het Islamitische rijk van de Ommajjaden. Meestal sloten de Khazaren een verbond met de Byzantijnse keizer en keerden ze zich tegen het Islamitische rijk. Tussen 650 en 750 werden er daarom oorlogen uitgevochten met de Ommajjaden. Verschillende historici hebben er op gewezen dat het bestaan van het Khazaarse rijk als buffer tussen de Moslims en Europa even belangrijk voor Europa is geweest als Karel de Grote in Spanje. De diplomatieke banden tussen de Khazaren en het Byzantijnse rijk waren soms opvallend nauw, zo trouwde de Byzantijnse keizer Constantijn V in 733 een Khazaarse prinses. Uit brieven van Byzantijnse keizers blijkt dat de Khazaren als bondgenoot veel belangrijker werden beschouwd dan westerse landen. Zo werden brieven aan de Khan van de Khazaren bijvoorbeeld verzegeld met duurdere zegels dan bij brieven aan de paus.

 

Bekering tot Jodendom

Wat het Khaganaat van de Khazaren tot een van de meest onderzochte en beschreven stepperijken in de geschiedenis maakt is de bekering van de Khazaarse elite tot het Jodendom ergens in de 8e eeuw. Deze ongewone bekering is een gevolg van de vreemde positie tussen het Byzantijnse rijk en het Islamitische rijk waarin de Khazaren zich bevonden. In de 8e eeuw werden er verschillende bekeringspogingen gedaan door zowel christenen als moslims. Dat de Khazaren besloten zich te bekeren tot het Jodendom bracht twee voordelen met zich mee: 1) Het gebied van de Khazaren was vanwege zijn strategische ligging zeer rijk en werd door omringende landen begeerd. Door zich te bekeren tot het Jodendom zorgden de Khazaren ervoor dat christenen en moslims hun invloed niet in het Khanaat konden uitbreiden via religie en 2) de bekering zorgde voor een meer neutrale positie tussen de machtige moslims en christenen. Door zich niet tot een van deze godsdiensten te bekeren maakten de Khazaren geen directe vijanden door religie. Deze redening wordt bevestigd door een verhaal over drie missionarissen die de Khan van de Khazaren probeerden te bekeren tot het Christendom, Jodendom en de Islam. Op de vraag van de Khan aan de missionarissen welke van de andere religies het meest acceptabel was antwoordde zowel de christelijke als de islamitische missionaris dat dat het Jodendom was, omdat ze elkaar te veel vreesden en het gewin van de een een te groot verlies voor de ander zou opleveren.

 

Khazaren en Asjkenazische Joden?

Een onderwerp van zeer hevig en beladen discussie is de vraag of de Asjkenazische Joden voor een groot deel afstammen van de Khazaren. Deze theorie won aan populariteit in de 20 eeuw, met name door Arthur Koestler in The Thirteenth Tribe (1976) en werd recentelijk verdedigd door Shlomo Sand in The Invention of the Jewish People (2009). Volgens deze theorie wordt het bestaan van een zo groot Joods rijk in de middeleeuwen door historici onderschat. Dat Joden vanuit West-Europa naar Oost-Europa zijn getrokken (de meest voorkomende theorie) is volgens deze theorie minder logisch dan dat de Khazaarse Joden zich over Oost-Europa verspreidden. In dat geval zouden de Asjkenazische Joden niet semitisch zijn en dat heeft grote gevolgen voor antisemitisme en zionisme. Deze theorie is echter zeer omstreden en heeft nooit veel wetenschappelijke aanhang verworven. Wel wordt steeds meer erkend dat raciaal onderscheid met name in Oost-Europa bijna niet valt te maken. De Asjkenazische Joden hebben zich in de lange periode dat ze zich in Oost-Europa bevonden met vele andere volken vermengd. Of de Khazaren daar een van waren zal waarschijnlijk altijd een moeilijk debat blijven, maar tot op zekere hoogte lijkt het mij niet onmogelijk. Er spelen echter zo veel gevoelens op de achtergrond mee (antisemitisme, zionisme) dat dit debat niet goed kan worden gevoerd.

 

Neergang van het Khaganaat van de Khazaren

Vanaf ongeveer 965 ging het steeds meer achteruit met het rijk van de Khazaren. De meest directe oorzaak hiervan is dat de Khazaren knel kwamen te zitten tussen machtige andere volken die regelmatig invallen deden. De meeste problemen ondervonden de Khazaren van het Kievse Rus, de Pechenegen en de Oghuz Turken. Ook de Byzantijnen keerden zich in de 10e eeuw tegen de Khazaren en sloten af en toe bondgenootschappen met het Kievse Rus en de Pechenegen.
Naast deze directe oorzaken speelden er nog vele andere omstandigheden een rol. Volgens Mikhail Artamonov, de 'founding father' van het onderzoek naar de Khazaren, was de bekering naar het Jodendom een fatale stap. Omdat alleen de elite zich bekeerde verloor de Khazaarse elite hun band met de andere volken en religies van hun rijk. Voor een confederatie van vele verschillende volkeren is het belangrijk dat de heersende elite deze volken bij elkaar kan houden. Door zich te bekeren naar het Jodendom vervreemdden ze zich echter van deze volken. Pletnëva, een leerling van Artamonov, suggereerde tevens dat de nomadische volken van het Khazaarse rijk steeds meer overgingen op een sedentaire leefwijze en ze als het ware werden 'gedenomadiseerd'. Het van oorsprong nomadische rijk zou hierdoor zijn overgegaan naar een 'steppe feodalisme', gesymboliseerd door toenemende macht van de Khagan Bek (wereldlijke macht) ten koste van de Khagan (goddelijke macht), die met zijn hemels mandaat de eenheid van de confederatie waarborgde. Een ander veelgenoemde reden voor het verzwakken van de Khazaren is dat de Varjagen van Kiev-Rus een steeds groter aandeel in de handel over zee verworven. Omdat in tegenstelling tot veel andere stepperijken handel de belangrijkste inkomstenbron was voor de Khazaren (en dus niet plunderen of tribuut) verzwakte dit verlies in handelsinkomsten het rijk van binnenuit.


Peter B. Golden ed. e.a., The World of the Khazars: new perspectives (Leiden 2007).

Frederick I. Kaplan, 'The Decline of the Khazars and the Rise of the Varangians', American Slavic and East European Review 13 (1954) 1-10.

Nicolas Soteri, 'Khazaria: a forgotten Jewish Empire' History Today 45 (1995) 10-12.

D. M. Dunlop, The history of the Jewish Khazars (New York 1967).

Arthur Koestler, The thirteenth tribe (New York 1976).